Lange tijd was ‘de vrolijke spring-in-’t-veld’ zowat het epitheton van ‘tv-gezicht’ Nic Balthazar. Want was hij niet de man die je in Vlaanderen Vakantieland meenam naar zonnige bestemmingen? Was hij niet die aanstekelijke enthousiasteling die je goesting deed krijgen in de allernieuwste releases in Filmfan? Nieuwsgierigheid en verwondering lopen nog steeds door zijn doen en laten als schrijver, regisseur, klimaatstem… maar de schijnbare lichtzinnigheid van weleer heeft Nic ingeruild voor een weloverwogen ernst. Recent bewijs daartoe: het interactieve project Feelodroom en de documentaire Team Rudy – initiatieven rond mentaal welzijn, eenzaamheid, zorg, democratie… waarbij verbinding centraal staat. “Ik klink wel als een handelsreiziger in dromen”, zegt hij na een fietsrit-met-obligate-lekke-band. “Als iemand die met grote verhalen zwaait. Terwijl ik zoals velen tast en zoek naar wat wél werkt.”
Een handelsreiziger in dromen
Met zoveel kanten aan je professionele leven, dringt de vraag zich op: wat is je voorkant en wat zijn je achterkanten?
Nic Balthazar (lacht): “Mijn voorkant was heel lang een, wat ze noemen in de media, ‘televisiegezicht’. Heb ik ook heel graag gedaan, die tv-programma’s. In zekere zin was het de mooiste tijd van mijn leven. Maar tegelijk kreeg ik steeds meer voldoening van werken áchter de camera: zelf films en tv maken.”
“En toen volgde een koude douche met ‘An Inconvenient Truth’. Die boodschap kwam bij mij hard binnen. Noem het gerust een existentiële schok. In die documentaire uit 2006 legt de gewezen Amerikaanse vice-president Al Gore uit dat klimaatverandering geen ver-van-mijn-bedshow is, geen discussie tussen experts, maar een tikkende tijdbom. Toen had ik net kinderen, wat maakt dat je anders kijkt. Dan is het niet meer: wat betekent dit voor de planeet in abstracto? Dan is het: wat betekent dit voor mijn kinderen, voor de generatie na ons? Vanaf daar is mijn leven eigenlijk fundamenteel verschoven.”

Wat veranderde er precies?
“Mijn gevoel van verantwoordelijkheid. En ook mijn gevoel van urgentie. Al Gore zei iets wat mij altijd is bijgebleven: wij hebben onszelf in de miserie gebracht. Dat klinkt als slecht nieuws, het is dan ook een ‘ongemakkelijke waarheid’, maar het is tegelijk hoopvol, want als wij het zelf hebben gedaan, dan ligt de oplossing ook bij ons. Dat vond ik zo’n bevrijdende gedachte. Niet: we zijn overgeleverd aan een noodlot. Wel: we hebben nog de kans om het goede te doen.”
“Alleen is het sindsdien veel complexer geworden. Toen dacht ik nog: als we nu maar volop inzetten op alles wat niet-fossiel is (zon, wind, geothermie…) dan kunnen we de kar nog keren. Die analyse klopt nog altijd, denk ik. Kijk naar de olie- en gasboorput waar we ons vandaag almaar dieper in ingraven. Alleen is intussen duidelijk geworden dat het probleem dieper zit dan alleen verlost geraken van de fossiele idiotie. Het gaat niet enkel over CO2, zonnepanelen en windmolens. Alleen pakt dat verhaal verrassend weinig mensen nog echt. Omdat de crisis dieper zit. Veel dieper.”
Je noemt het een polycrisis. Wat bedoel je daarmee?
“Dat we ons vergissen als we telkens één probleem per keer proberen oplossen. We zitten niet in één crisis, maar in meerdere tegelijk, die elkaar voeden en versterken. Klimaat, biodiversiteit, grondstoffen, ongelijkheid, mentale uitputting, democratisch verval, oorlog, migratie, vervreemding… Dat hangt allemaal samen. En ergens daaronder ligt volgens mij nog iets fundamentelers: een crisis van het systeem zelf. Van de manier waarop wij onze samenleving hebben ingericht.”
“Dat systeem – en zullen we het vlakaf een losgeslagen kapitalistische systeem noemen – heeft ons geïndividualiseerd. Het heeft ons geleerd dat we in concurrentie staan met elkaar. Dat de sterkste wint. Dat succes individueel is, geluk individueel is, falen individueel is. Combineer dat dan met nooit eerder geziene data-technologie, met artificiële intelligentie, met een constante informatiestroom en met een economie die permanent op onze aandacht, onze angst en ons tekortgevoel werkt: dan krijg je een toxische cocktail. Dan krijg je niet alleen ecologische rampen, maar ook mentale en democratische schade.”
Het klinkt alsof de oplossing niet zomaar voor het oprapen ligt.
“Ja, exact. Daarom dat iedereen die vandaag de ‘bestaande orde’ aanvalt, het woord ‘radicaal’ naar de kop geslingerd krijgt. Voor veel mensen betekent radicaal: extreem, gevaarlijk, te scherp. Terwijl het etymologisch gewoon verwijst naar radix, de wortel. Waar zit de wortel van dit alles? Dat is de vraag die we ons volgens mij opnieuw moeten durven stellen. Niet om ideologisch te scoren, maar om eerlijk te zijn.”
“Want wat doen we nu te vaak? We blijven aan de symptomen werken. Er is een energiecrisis: dan kijken we hoe we het systeem een beetje kunnen pleisteren. Er is een crisis in de zorg: dan zoeken we noodverbanden. Er is mentale uitval: dan schuiven we individuen door naar therapie en coaching, wat op zich waardevol kan zijn, maar zonder dat we de vraag stellen waarom zo veel mensen tegelijk uitvallen. Alsof het toeval is. Alsof het niets te maken heeft met hoe wij leven, wonen, werken, pendelen, zorgen, consumeren. Terwijl dat natuurlijk wel zo is.”

Je legt een sterk verband tussen klimaat en mentale gezondheid. Voor veel mensen zijn dat toch twee aparte domeinen?
“Dat is precies het probleem: dat we alles apart bekijken. Het ecologische bij de ecologen, het mentale bij psychologen, het sociale bij het middenveld, het economische bij de markt, het politieke bij beroepspolitici. Terwijl die dingen in het echte leven natuurlijk voortdurend door elkaar lopen. Als mensen opgejaagd leven, geïsoleerd raken achter hun schermen, geen grip meer voelen op hun bestaan, dan worden ze neurologisch aantoonbaar minder weerbaar tegenover slecht nieuws, minder bereid om te veranderen, vatbaarder voor angst en simplificatie. En omgekeerd: een samenleving die collectiever, warmer, rechtvaardiger en minder op permanente competitie gebaseerd is, wordt ook ecologisch weerbaarder.”
“Wij doen vaak alsof klimaat vooral gaat over techniek. Over elektrische auto’s, warmtepompen, kerncentrales, die dingen. Maar klimaat heeft ook te maken met verbeelding, met levenskwaliteit, met de vraag in wat voor samenleving je wil leven. Wil je een samenleving waarin iedereen zich terugplooit op zijn eigen cocon, zijn eigen bezit, zijn eigen overlevingsstrategie? Of wil je een samenleving waarin mensen opnieuw ergens het licht in elkaars ogen zien?”
Je ergert je soms zichtbaar aan het publieke debat over klimaat. Waarom?
“Omdat het zo ondermaats is. Mensen zijn terminaal ondergeïnformeerd, vrees ik, over de ernst van de biodiversiteitscrisis, de klimaatcrisis en alle nevencrisissen die daaruit volgen. Tegelijk zie je iets pervers: net op het moment dat alle wetenschappelijke parameters almaar roder kleuren, neemt de maatschappelijke bereidheid om naar die nieuwe inzichten te handelen af. Mensen zijn moe, verward, defensief. Sommige lokale besturen durven zelfs het woord ‘klimaat’ niet meer te gebruiken omdat de weerstand zo groot is. Dan denk ik: kijk eens hoe absurd het allemaal is geworden. En dan heb je stemmen die zeggen: ach, dan zetten we toch gewoon meer in op airco. Letterlijk. Terwijl elke klimaatparameter in het rood gaat, komt men af met oplossingen die de onderliggende logica gewoon nog versterken. Hallucinant.”
Waarom dringt dat slechte nieuws zo moeilijk door?
“Omdat de desinformatie al decennialang gevoed wordt door de rijkste machtsgroepen ooit, de fossiele lobby. Maar ook omdat we daar als mensen evolutionair niet voor gemaakt zijn. We are not wired for it. Slecht nieuws op deze schaal écht durven opnemen, dat tast je hele wereldbeeld aan. Zeker als daar nog eens bijkomt dat je misschien jarenlang naar de verkeerde mensen hebt geluisterd, of jezelf hebt wijsgemaakt dat het allemaal wel zou meevallen. Er is niets vervelender voor een mens dan te voelen dat hij zich vergist heeft. Dus wat doen we? We duwen het weg. We lachen het weg. We worden cynisch. Of we rekenen dat er een nieuwe technologie uit de lucht valt waarvan we hopen dat die ons op tijd zal redden, zodat we zelf niets moeten veranderen.”
Wat is volgens jou dan de grootste denkfout die we maken?
“Dat men de hele transitie die we moeten maken ook is gaan individualiseren. Dat is denk ik dé kapitale fout. We hebben zowat alles geïndividualiseerd, en nu doen we hetzelfde met de oplossing. Kun jij een elektrische auto kopen? Prima. Kun jij zonnepanelen leggen? Mooi voor jou. Heb jij een goed geïsoleerd huis? Fantastisch. En wie niet mee kan, heeft pech of wordt weggezet als onwillig, dom of achterlijk. Terwijl die onvrede vaak volkomen terecht is.”
“Als je de omslag presenteert als een luxeproject voor mensen die al een huis, een dak, spaargeld en keuzevrijheid hebben, dan krijg je sociale spanning, polarisatie en achterdocht. Daarom zeg ik: denk coöperatief. Denk in wijken, in steden, in burgercollectieven. Heb je een goed dak maar geen geld? Geen probleem: laat ons dat samen doen. Laat ons met hele wijken energie oogsten. Laat ons mobiliteit delen. Laat ons collectief investeren. Dan krijg je niet alleen meer rechtvaardigheid, maar ook meer snelheid.”
“Wie denkt vanuit een coöperatie, keert de logica om. In plaats van te zeggen: jij moet je individueel zien te redden, zeg je: we maken systemen waar iedereen beter van wordt. Coöperatieve bedrijven doen het vaak beter omdat mensen mee delen in winst, verlies en slagen. Energiecoöperaties tonen dat het kan. Autodelen toont dat het kan. Co-housing helpt het wooninfarct oplossen. Dat zijn geen exotische theorieën, hé, de voorbeelden liggen overal voor het rapen. Alleen worden ze nog te vaak behandeld als iets voor geitenwollensokken of voor brave idealisten, terwijl het in werkelijkheid dikwijls het meest rationele model is. Denk aan de waanzin dat auto’s 95% van de tijd stil staan. En het mooie is: veel van die dingen kunnen meteen. Daar heb je geen wondertechnologie voor nodig. Je hebt geen gigantische infrastructuurwerken nodig om morgen al te starten met delen, ontharden, samen investeren, samen organiseren. Het idee dat we de boel kunnen regeneren, zoals de natuur haar wonden heelt. Dat vind ik net zo hoopgevend.”
Toch zit identiteit mensen vaak in de weg. Auto, huis, verre reizen, bankrekening… veel mensen richten daar hun leven naar.
“Uiteraard. Dat is ook hoe we onszelf en anderen de maat nemen. In het Engels zeggen ze: that’s how we keep score. Kijk naar rijke burgers die meer verdienen dan ze in twee levens kunnen opdoen: vaak blijven ze zich de burn-out inwerken omdat hun status daar aan hangt. Die BMW, die villa, die volle wachtlijst… dat bewijst: ik ben geslaagd. ”
Bieden coöperaties ook een oplossing voor de zorg?
“Nogal wiedes. Kijk hoe we zorg georganiseerd hebben. Wij besteden almaar meer uit aan instellingen, aan professionals, aan systemen. En opnieuw: dat is niet om het werk van die mensen te minimaliseren, integendeel. Maar we zijn ook iets kwijtgeraakt: het vanzelfsprekende idee dat mensen mee voor elkaar zorgen. Dat zorg niet alleen een sector is, maar een weefsel. De crisis in de zorg gaat dus niet alleen over te weinig personeel of te weinig budget. Ze gaat ook over het feit dat we als samenleving veel minder zorg dragen voor elkaar. We wonen verder van elkaar, leven drukker, kennen onze buren minder, zijn afhankelijker van structuren die onder druk staan. En dan verschieten we dat die structuren overbelast raken. Natuurlijk raken die overbelast.”
Je spreekt vaak over eenzaamheid als een ware epidemie. Waarom raakt dat jou zo?
“Omdat het zo allesdoordringend is en tegelijk zo onderschat. Ik las onlangs nog dat eenzaamheid ongeveer even ongezond is als vijftien sigaretten per dag roken. Dat is waanzinnig. Mensen worden er ziek van, en als ze ziek worden, worden ze nog eenzamer, waardoor ze nog zieker worden. Dat is een neerwaartse spiraal die we collectief georganiseerd hebben en vervolgens behandelen alsof het een individueel mankement is. Maar gelukkig is de opwaartse spiraal perfect te organiseren: dichter bij elkaar wonen, elkaar meer tegenkomen, publieke ruimte teruggeven aan mensen in plaats van aan auto’s, meer gedeelde plekken creëren, meer spontane ontmoeting mogelijk maken, met meer natuur, meer beweging en niet ieder in zijn ukkie op een loopband met koptelefoon… Dàt is volksgezondheid. Dàt is democratie. Dàt is mentale weerbaarheid.”
We moeten dus opnieuw collectief leren denken?
“Ja, omdat daar volgens mij zowat alles samenkomt. Onze energie moeten we collectiviseren. Onze mobiliteit. Ons democratisch systeem. Ook onze zorg. Niet in de zin dat de staat alles moet overnemen, maar wel dat we uit dat krampachtige individuele model geraken. Ik geloof bijvoorbeeld sterk in burgerraden: mensen die, los van hun partijvoorkeur of ideologische stam, samen met experten rond een tafel zitten en zeggen: dit hebben wij samen doordacht, nu is het aan de politiek om dat uit te voeren. Dat lijkt mij een veel gezonder democratisch model dan het permanente geschreeuw waarin wij nu verzeild zijn geraakt.”
Onder meer met Feelodrome zoek je oplossingen voor een betere mentale gezondheid. Wat drijft je?
“Eigenlijk hetzelfde: mensen opnieuw bij elkaar en bij zichzelf brengen. Feelodrome is als een interactieve beleving, ontstaan uit de research voor mijn film ‘Everybody Happy’ en de vaststelling van experten dat mensen vaak niet eens merken hoe slecht het met hen gaat, tot ze in een burn-out of in een andere mentale afgrond terechtkomen. De preventie ligt dan ook simpelweg in vroeger ingrijpen. Over opnieuw voelen wat je lijf en je geest nodig hebben. Over verbinding. Over simpele dingen als samen zingen, dansen, ademen, neuriën, allemaal zaken die aantoonbaar onze dopamine, oxytocine, serotonine en endorfine weer op gang brengen.”
“En ik weet het: veel mensen krijgen spontaan de kriebels van dat soort interactieve dingen. Ze denken: ‘O nee, daar gaan we weer… Samen op trommels slaan, een workshop: gênant!’ Tot ze het doen en merken hoe plezierig dat eigenlijk is. Ik zeg vaak: je gaat me niet geloven, maar binnen anderhalf uur staat iedereen hier te zingen en te dansen alsof ze maanden geoefend hebben aan een Hollywoodmusical. En het is nog nooit mislukt. Dat vind ik geweldig, omdat het toont hoe diep dat verlangen naar verbinding nog altijd in ons zit.”
Is dat uiteindelijk je grootste drive: mensen samenbrengen?
“Misschien wel. Achter al mijn films en de verschillende dingen die ik ook in activisme heb gedaan, zoals ‘Dance’ of ‘Sing for the climate’, zit misschien één rode draad: mensen helpen herinneren dat ze niet alleen zijn. Dat ze deel uitmaken van iets. Van een gemeenschap, van een groter verhaal, van een collectief vermogen. Misschien is dat wel de echte achterkant van alles.”
“Ook ‘Team Rudy’ past volledig in dat plaatje. Het is het verhaal van acteur Rudy Morren die te horen krijgt dat hij de ziekte van Parkinson heeft en daarop zegt: ‘Ik zal meer vrienden nodig hebben.’ En hoe een netwerk van zorg ook gewoon groeit, in vriendschap. In verbinding. Daarom proberen we met de film ook community screenings op te zetten. Niet enkel de klassieke vertoningen in de bioscoop, maar ook momenten waarop mensen samenkomen, de film zien, erover praten. Met een pay what you can-model, zodat het niet afhangt van koopkracht of van een klassieke distributielogica. Het idee is net: maak er iets gemeenschappelijks van. Dat vind ik vandaag belangrijker dan ooit. Dat cultuur niet alleen consumptie is, maar ook een aanleiding om mensen rond iets te verzamelen. We onderschatten vaak hoe essentieel dat is.”
Ben je hoopvol?
“We zullen onderhand verder moeten met de moed der wanhoop, waar we het ook over hebben in het toneelstuk ‘For Rosa’, waar we in mei ook een Franse versie van opstarten: ‘Pour Rosa’. Het verhaal van de jonge Benjamin Van Bunderen Robberechts die zijn vriendin Rosa verloor in de overstromingen van 2021, en dan maar activist werd om voor de rest te proberen redden wat er te redden valt. Omdat fatalisme een luxe is die we ons niet meer kunnen permitteren. Wie vandaag optimist is, heeft de krant niet gelezen. Maar met enkel pessimisme zijn we ook nooit ergens geraakt. Er is slechts één oplossing over: activisme. En pacifisme in de plaats van passivisme.”
Dit interview is overgenomen uit het magazine RectoVerso van Verso (mei 2026). Om je te abonneren op dit gratis magazine, stuur een mail naar communicatie@verso-net.be.
Team Rudy start vanaf mei in de bioscopen. Alle info op www.teamrudy.be waar je ook zelf een vertoning kan organiseren. (In 2027 pas op VRT canvas)
For Rosa blijft ook volgend seizoen doorspelen. Op 22 mei gaat ‘Pour Rosa’ in première in Espace Lumen, in Elsene. Info: www.forrosa.be
Feelodrome is te boeken op www.feelodrome.com