“Stop de overproductie”

Ecologisch én sociaal: het zit al in de naam van maatwerkbedrijf Ecoso vervat. Toch laat het Mechelse bedrijf zich niet in één hokje plaatsen. Met tweedehandswinkels Cirkels, kampeermateriaal via Camp2Camp (ivzw The Value Factory), het Fietsatelier en fietswinkel E-bis, Foodsavers, Buurwinkel La Luna én onderzoeksatelier De Recupperij, bestrijkt Ecoso een breed werkveld. De rode draad tussen deze activiteiten? Circulair bijdragen via sociale tewerkstelling. Het is ook waar directeur Leen Ardui als minister voor één dag meteen zou ingrijpen. Haar oproep is duidelijk: “Stop de overproductie.”

  • Beginner
  • Blog
  • Materialen
Impact: 1/5
Investering: 1/5

Het is gezellig druk in de kringwinkel Cirkels aan de Oude Baan in Mechelen. Mensen snuisteren tussen overzichtelijke rekken vol kleding, meubels, speelgoed en talloze andere spullen die een tweede leven krijgen. Achter de schermen wordt gesorteerd, gerepareerd en herverdeeld. Maar er is te veel om alles een plekje te geven. “Want de toestroom stopt nooit,” zegt directeur Leen Ardui. “Als minister zou ik daar als eerste iets aan doen.”

Maar eerst, wat is Ecoso? “Ecoso stelt vandaag zo’n 300 mensen tewerk. Ongeveer 180 staan op de eigen payroll, in uiteenlopende rollen: van coaches en administratieve medewerkers tot maatwerkers in collectief of individueel statuut. Daarbovenop werkt Ecoso met mensen die via andere kanalen instromen: arbeidszorg, werkstraffen, vrijwilligers, stages, leerwerknemers, en maatwerkers. Het resultaat is een kleurrijk palet van statuten en profielen.”

Labo voor circulariteit

Die diversiteit vind je ook terug in de activiteiten, zoals de kringloopwinkels Cirkels, het Fietsatelier en fietswinkel E-bis, Foodsavers, Buurwinkel La Luna en meer initiatieven. “In onze Recupperij zoeken we naar creatieve, circulaire oplossingen voor reststromen, liefst in eerste plaats onze eigen reststromen. We zetten experimenten op en als die leefbaar blijken als businessmodel, dan schalen we ze op. Het is een soort van laboruimte, zeg maar.”

Uit dat labo kwamen onder meer het Digibankatelier, waar afgedankte laptops een nieuw leven krijgen, en de Refaced-shops, dat hetzelfde doet met tweedehands brilmonturen. Sommige projecten groeien uit tot duurzame businessmodellen, andere niet. “Daarom trekken we bewust ondernemers met stevige ervaring aan in onze raad van bestuur, mensen die beseffen dat je eerst economisch gezond moet zijn, voor je sociaal kan zijn.”, zegt Leen. “Zij werken actief en onbezoldigd mee aan ons bedrijf.”

Jobs op maat

Ecoso koppelt die economische logica aan zijn sociale missie. Dankzij het brede aanbod activiteiten kan het bedrijf profielen matchen met uiteenlopende functies: goederensorteerders en -verkopers in Cirkels winkels, chauffeurs en magazijniers bij Foodsavers, fietstechniekers in het Fietsatelier, digitale en administratieve ondersteuners en meer. “Voor bijna elk profiel vinden we wel de juiste job,” zegt Leen.

Die veelzijdigheid is een troef, maar ook een uitdaging. “Onze ondersteunende diensten – boekhouding, communicatie, marketing – moeten tegelijk een tiental merken en werkingen beheren. Toch waken we erover dat we geen waterhoofd creëren en blijven inzetten op een slanke organisatie.”

Leen Ardui 10 Aangepast

Tomorrowland

Om economisch rendabel te zijn, speelt Ecoso ook in op maatschappelijke trends. Zo bouwde het maatwerkbedrijf een duurzame camping Camp2Camp uit op Tomorrowland. En samen met architectenbureau ‘bouwstof’, werkt het maatwerkbedrijf aan aantrekkelijke winkelconcepten voor Cirkels. “Want tweedehands moet concurreren met platformen zoals Vinted en andere lokale tweedehands initiatieven. Begrijp me niet verkeerd: hoe meer tweedehands spullen hun weg vinden naar de klant, hoe beter. Er is genoeg kleding op de wereld om nog zeven generaties te kleden, nieuwe productie is dus niet nodig.”

Menselijke kost

Daar legt ze de vinger op de wonde die ze als minister-voor-een-dag meteen zou willen aanpakken. “Hoe leuk ik de winkelketens met spotgoedkope hebbedingetjes en kleding ook vind, ik zou ze liever afschaffen. Want we moeten ervoor zorgen dat de overproductie stopt. Europa heeft zopas de regels rond de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) textiel goedgekeurd, en dat is een grote stap in de juiste richting. Ik zou als minister eisen dat de kosten voor de planeet, doorgerekend worden aan de klant. Allicht zou ik niet zo populair zijn, maar het moet. Je kan geen spotgoedkope kleding en spullen blijven produceren, terwijl de menselijke kost en de kosten voor de planeet oplopen.”

“Ook onze kringloopwinkels kunnen de toestroom gewoon niet meer aan. Als partner van OVAM mogen we herbruikbare goederen niet zomaar weigeren. Maar je moet zien hoeveel containers vol kleding wij moeten verwerken. En de stroom stopt niet, dus moeten ook wij uiteindelijk spullen afvoeren naar de afvalketen en de verbrandingsoven. Anders stropt de hele ketting.”

Exporteren naar Afrika is geen uitweg meer, want daar wordt Europese tweedehandskledij steeds meer geweerd omdat de kwaliteit te laag is. “Wat wil je ook, als je hier een T-shirt koopt voor twee euro? Bovendien wordt ook daar de de lokale markt overspoeld door goedkope nieuwe kledij waardoor het prijsverschil nog nauwelijks bestaat. De kleding belandde er uiteindelijk op grote bergen, werd in brand gestoken of vervuilde de straten en rivieren. Ook al leeft die markt opnieuw terug wat op, wij doen er niet meer aan mee uit ethische overwegingen.”

De de-minimisdrempel

Ecoso vzw zoekt via De Recupperij onophoudelijk naar oplossingen. “Zo bekijken we momenteel samen met maatwerkbedrijf De Brug uit Mortsel of we van afgedankt textiel textielblokken kunnen maken, bruikbaar als isolatiemateriaal. Als dat lukt, kunnen we dat opschalen tot een economisch leefbaar model, liefst van al met een innovatiesteun.”

Maar ook daar schort het, en wil Leen als minister-voor-een-dag komaf maken met de de-minimisdrempel. Deze Europese verordening bepaalt dat overheden over een periode van drie jaar niet meer dan 300.000 euro aan steun kunnen verlenen aan ondernemingen. “Ik begrijp waarvan het komt, maar daardoor zijn we beperkt wat het aantal projecten betreft en moeten we soms projectoproepen vanuit de Vlaamse overheid aan ons laten voorbijgaan, omdat we niet over onze maximale steun kunnen. En dat is jammer, want we zouden nog zoveel meer kunnen doen.”

Een tweede leven voor ex-leasefietsen

In haar zoektocht naar nieuwe initiatieven binnen de circulaire economie stapte Ecoso mee in het project ‘E-bis’. Het concept is eenvoudig maar sterk: leasefietsen die na hun contract terugkeren naar de leasingmaatschappijen worden volledig nagekeken, opgeknapt en opnieuw afgesteld. Zo krijgen ze een tweede leven als betaalbare en hoogwaardige ex-leasefiets voor de consument. Men kan ook zelfs uit dit assortiment kiezen om een fiets te leasen. Het aanbod vind je in de winkel van E-bis in Mechelen.

“We hebben hiervoor samen met Blusser BV, vertegenwoordigd door twee jonge ondernemers met heel wat kennis van de fietsbranche, een besloten vennootschap opgericht”, vertelt directeur Leen Ardui van Ecoso. “We zijn elk voor 50 procent partner. Cyclis was de eerste leasemaatschappij die met ons in zee ging, intussen zijn er zo al meer gevolgd.”

Economisch is E-bis een schot in de roos. Maar minstens zo belangrijk is dat het project een uitstekende leerschool is voor de medewerkers van Ecoso. “In het Fietsatelier sleutelen onze mensen vaak aan oudere fietsen. Dat is prima, maar zodra ze dat onder de knie hebben, kunnen ze hun vakkennis toepassen op jongere topmodellen van bekende merken. Die leerkansen zijn enorm belangrijk voor hun eigenwaarde, trots en doorgroeikansen. Dat is voor ons de echte meerwaarde van sociale tewerkstelling.”

Neem zeker een kijkje, het aanbod (elektrische) fietsen is groot: www.e-bis.be