“We blijven aan de blaadjes trekken, terwijl we naar de wortels moeten kijken”

De zorgsector is één van de grootste werkgevers van het land. Dagelijks zetten tienduizenden zorgprofessionals zich in voor het welzijn van anderen. Maar achter die nobele missie schuilt ook een ongemakkelijke waarheid: de ecologische voetafdruk van de sector is groot. In België is de zorg verantwoordelijk voor 5% van de totale CO₂-uitstoot. En dan hebben we het nog niet over de bergen afval, het energieverbruik of de lineaire ketens die zelden eindigen in hergebruik.

  • Beginner
  • Blog
  • Materialen
Impact: 1/5
Investering: 1/5
Foto Aktief kopie

Toch groeit het besef dat net deze sector een sleutelrol kan spelen in de transitie naar een circulaire economie. Want als de zorg verandert, verandert er veel. The Circular Kickstart Healthcare Challenge en de bijbehorende living labs (praktijkomgevingen waar innovaties getest worden) probeert circulaire start-ups en ziekenhuizen in België structureel met elkaar te verbinden via een gedeeld experiment waarin innovatie centraal staat.

Experiment met impact

Initiatiefneemster van het programma Mieke Pieters kende als strategisch facilitator voor de Green Deal Duurzame Zorg veel mensen uit de sector. "De zorgsector kan een enorme hefboom zijn voor maatschappelijke verandering. Niet alleen omdat ze zoveel mensen bereikt, maar ook omdat ze zo’n grote impact heeft – positief én negatief."

The Circular Kickstart Healthcare Challenge ontstond uit een combinatie van momentum en noodzaak. De Green Deal Duurzame Zorg en de subsidieoproep Belgium Builds Back Circular na de COVID-pandemie vormden de voedingsbodem. "We wilden een verticale oefening doen," vertelt Pieters. "Start-ups zoeken met circulaire oplossingen voor de zorg en die testen in living labs binnen ziekenhuizen. Maar eerlijk? Toen we het voorstel schreven, hadden we geen flauw idee waar het ons uiteindelijk zou brengen. Het programma op zich is eigenlijk ook een vernieuwend experiment."

Eén van de meest sprekende voorbeelden van hoe co-creatie met de zorgsector tot gedragen innovatie kan leiden, is dat van Lynqo. Deze start-up ontwikkelde een oplossing voor een heel concreet knelpunt in het ziekenhuis: het controleren van chirurgische instrumentensets op volledigheid na een operatie. "Dat lijkt misschien een detail," zegt Annelies Casteleyn, duurzaamheidscoördinator bij Ziekenhuis aan de Stroom (ZAS). "Maar in de praktijk is het een tijdrovend en foutgevoelig proces, met grote gevolgen als er iets ontbreekt."

Wat Lynqo onderscheidt, is de manier waarop ze hun oplossing hebben ontwikkeld: niet in een lab, maar in nauwe samenwerking met de mensen op de werkvloer. "Kaat, een van de oprichters, werkte tijdens haar doctoraat intensief samen met een ziekenhuis. Ze kent de context van binnenuit en heeft haar product stap voor stap verfijnd op basis van input van de medewerkers van het operatiekwartier en de centrale sterilisatie." Het resultaat is een AI-gestuurd toestel dat niet alleen de efficiëntie verhoogt, maar ook het risico op fouten verkleint – en dus bijdraagt aan zowel duurzaamheid als patiëntveiligheid.

Co-creatie als sleutel

Volgens Casteleyn toont het voorbeeld van Lynqo aan hoe belangrijk co-creatie en begeleiding zijn. "Het verschil tussen wat technisch mogelijk is en wat praktisch haalbaar is, is vaak groot. Dat vraagt tijd, dialoog en wederzijds begrip." Veel start-ups vertrekken nog te vaak vanuit hun eigen idee: ‘Ik heb een tof concept, ik ga daar een product van maken.’ Maar ze stellen zich zelden eerst de vraag: is er eigenlijk wel een probleem dat ik hiermee oplos? In een complexe sector als de zorg is die omkering van perspectief cruciaal.

Gerd Van Cauteren, strategisch innovatie-expert bij Verhaert, begeleidt start-ups in het programma. Hij ziet hetzelfde probleem ook in andere trajecten terugkomen. "Als je niet vertrekt vanuit de noden en wensen van de eindgebruiker – in dit geval ziekenhuizen of zorgverleners – dan blijf je in je eigen bubbel fantastische dingen uitvinden. Tot je op een dag met je neus tegen de muur loopt omdat er geen bereidheid is om ervoor te betalen of omdat er weerstand is om het te gebruiken. Dan hoor je: ‘Dat hebben we niet nodig’, of erger nog: ‘Dat mag zelfs niet, daar bestaat wetgeving rond.’ Dat is frustrerend, maar tegelijk ook waardevolle feedback."

Daarom pleit hij ervoor om start-ups al in een veel vroeger stadium in contact te brengen met hun potentiële klanten. "Niet pas bij de validatie van hun oplossing, maar al bij de validatie van hun waardepropositie en in een co-creatie van hun oplossing. Alleen zo kunnen ze echt iets ontwikkelen dat landt in de praktijk." “Dat is nu net de doelstelling van de living labs: de waardepropositie testen in een reële omgeving” vult Mieke Pieters aan.

Gerd Van Cauteren 4

Van idee naar impact: vijf pijlers

Volgens Van Cauteren draait circulaire innovatie niet om losse oplossingen, maar om een holistische benadering, die gedragen wordt over de hele waardeketen. Zijn methodologie is gebaseerd op vijf pijlers die samen het fundament vormen voor de ontwikkeling van een robuust circulaire oplossing of service: “Eerst is er het verdienmodel: hoe creëer je economische waarde die zowel duurzaam als schaalbaar is?” aldus Van Cauteren. “Vervolgens draait het om het product zelf. Is het ontworpen om makkelijk hergebruikt, gerepareerd of gerecycleerd te worden? De derde pijler focust op efficiëntie: hoe kun je schadelijke emissies of het materiaal- en energieverbruik fors terugdringen?”

Een vaak vergeten aspect is de circular use journey. Hoe gedragen gebruikers zich, en zijn ze bereid hun gewoontes aan te passen? “Je kan het beste product ter wereld ontwerpen,” zegt Van Cauteren, “maar als de gebruiker het niet wil of kan gebruiken, dan faalt het toch.” Tot slot is er het end-of-life-aspect: wat gebeurt er met het product aan het einde van zijn levenscyclus, en vooral, wie neemt daar verantwoordelijkheid voor? “Een product maken met recycleerbare materialen is mooi,” voegt hij toe, “maar als er niemand is die het effectief recycleert, dan schiet je je doel voorbij.”

Volgens Van Cauteren focussen veel start-ups op slechts één van deze pijlers – vaak het product zelf – terwijl echte circulaire innovatie pas ontstaat wanneer je de volledige waardeketen meeneemt, van A tot Z.

Innovatie is meer dan uitvinden

Maar even een stap terug: wat verstaan we precies onder innovatie? "We spreken vaak over incrementele, zeg maar stapsgewijze verbeteringen enerzijds en disruptieve oplossingen anderzijds,” zegt Van Cauteren. “Incrementeel gaat dat over een kleine aanpassing die een wereld van verschil maakt – bijvoorbeeld door ander gedrag uit te lokken. En net dat andere gedrag kan al leiden tot een betere circulaire oplossing."

Mieke Pieters knikt instemmend. "Ja, dat is inderdaad een belangrijke bedenking, Gerd. Wat is innovatie eigenlijk? Als je bedoelt: iets dat nog nooit eerder bestond en voor het eerst wordt geïmplementeerd, dan is dat zeker niet de definitie die wij hanteren binnen The Circular Kickstart."

Casteleyn ziet dat medewerkers gemotiveerd zijn hun gedrag aan te passen – als ze de meerwaarde van een verandering inzien. "Het is niet zo zwart-wit dat je ons niet mag lastigvallen of dat het niet moeilijker mag worden. Maar mensen moeten wel begrijpen wat de inspanning oplevert."

Ze geeft een treffend voorbeeld: "PMD sorteren op een operatiekwartier – iedereen dacht: dat gaat niet, daar is geen tijd voor. Alles moet snel, de druk is hoog. Maar onze OK-medewerkers zijn supergemotiveerd. Ze doen het wél. Ze zetten die PMD-zak erbij, ook al kost dat wat extra moeite. Omdat ze begrijpen waarom het belangrijk is." Volgens Casteleyn is dat de sleutel: "Als je kunt aantonen dat een verandering op termijn iets oplevert – minder werk, minder afval, meer efficiëntie. Dan krijg je mensen mee.”

Kopiëren van bestaande concepten

Volgens Pieters draait circulaire innovatie niet noodzakelijk om het uitvinden van iets compleet nieuws. "Heel wat circulaire start-ups kopiëren bestaande concepten uit bijvoorbeeld Denemarken of Duitsland en passen die aan aan de Belgische context. Ook dat is innovatie. Want wat is nu net circulair? Het opzetten van waardeketens in je eigen land of regio. Het is niet omdat iets perfect werkt in Duitsland, dat het ook werkt in België, zeker niet als niemand hier de moed heeft om een volledig ecosysteem op poten te zetten." Het verbeteren van bestaande processen of oplossingen met als doel een positieve en duurzame groei te realiseren (waarbij producten, toestellen, onderdelen en materialen langer worden gebruikt en hervaloriseerd) beschouwen wij zeker als een vorm van innovatie.

We hebben bijvoorbeeld een Waals bedrijf, Ecosteryl," vertelt Pieters. "Zij werken samen met ziekenhuizen in Wallonië om single-use medische plastics (denk aan wegwerpartikelen zoals spuiten, maskers of infuuszakken) te recupereren en te steriliseren. Dat materiaal wordt vervolgens verwerkt tot grondstof voor nieuwe producten, zoals stevige opbergdozen, vergelijkbaar met de bekende Colruyt-boxen."

Volgens Pieters zou een gelijkaardig initiatief in Vlaanderen niet per se als ‘baanbrekend’ worden bestempeld, maar dat doet niets af aan de waarde ervan. "Stel dat een Vlaamse start-up zegt: wij gaan single-use plastics verzamelen, verwerken tot nieuw materiaal en daar bijvoorbeeld plaatmateriaal of meubels van maken. Is dat innovatief? Misschien niet in de klassieke zin van het woord. Maar het feit dat iemand de moed heeft om dat hier, in Vlaanderen, op te zetten: dat is innovatie."

Geen overrompeling

Casteleyn geeft toe dat ze niet met torenhoge verwachtingen in het acceleratorprogramma stapte. "Ik stond er niet sceptisch tegenover, maar ik was me er wel van bewust dat het geen overrompeling van baanbrekende ideeën zou worden. Als we er één of twee dingen uit konden halen die echt werken en waarmee we als sector verder kunnen, dan was het voor mij al een succes."

Toch zag ze gaandeweg hoe waardevol het traject kon zijn, afhankelijk van de aanpak van de start-up. "Je merkt dat er echt mooie dingen kunnen ontstaan, als een start-up bereid is om zich open te stellen, te luisteren en samen te werken met het ziekenhuis. Dat vraagt een andere houding dan gewoon je idee komen pitchen. We moeten nadenken over hoe we het de volgende keer aanpakken. Hoe brengen we start-ups sneller in contact met de juiste mensen? Hoe zorgen we dat ze hun idee helder kunnen uitleggen? En hoe begeleiden we hen in het begrijpen van onze context?"

Laat iedereen ideeën aanbrengen

Voor Mieke Pieters is het duidelijk: het huidige traject is nog niet afgerond, maar de blik staat al op de toekomst gericht. "We gaan nu eerst de living lab-workshops met de start-ups afronden en met onze partners in gesprek gaan. We willen feedback verzamelen, inzichten bundelen en daar high-level conclusies uit trekken. Geen gedetailleerde rapporten, maar wel lessen over wat goed werkte, waar de knelpunten zaten, en wat we de volgende keer anders kunnen doen."

"De grootste winst ligt volgens mij in het voortraject," zegt Pieters. "We moeten beter begrijpen wat de echte uitdagingen zijn binnen ziekenhuizen, zodat start-ups daar vanaf het begin op kunnen inspelen. Dat verhoogt de kwaliteit van het hele proces."

Volgens haar vraagt dat om samenwerking tussen de start-up en de sector vanaf dag één. "Dat is geen solo-oefening. Misschien doen we dat via een hackathon, of een andere vorm van co-creatie met onze partners. Zo kunnen we sneller ideeën ontwikkelen die écht relevant zijn: welke hebben potentieel, en welke sluiten aan bij de pijnpunten van de sector?"

Voor Pieters was het acceleratorprogramma zelf al een vorm van innovatie. "We zitten in een nieuwe markt. Het is de eerste keer dat er zo expliciet rond circulaire zorgstart-ups gewerkt wordt. Dat maakt dit traject op zich al innovatief. We moeten leren van dit project én zien hoe we het volgende keer nog beter kunnen aanpakken. Dat is trouwens de échte start-upmentaliteit. "

Juist daarom is mildheid belangrijk bij de evaluatie. "We moeten niet te streng zijn. Misschien waren sommige start-ups niet met de juiste dingen bezig of was er geen ziekenhuis dat hun oplossing kon testen. Maar dat betekent niet dat het traject mislukt is, het betekent dat we nu kunnen leren."

Die leerlessen gaan vooral over betere afstemming, zegt ze. "Aan het begin vroegen we onze partners naar hun grootste uitdagingen rond circulaire zorg. Dat was waardevol, maar bleef vrij abstract. Nu het traject achter de rug is, kunnen we veel gerichter nadenken: hoe zorgen we dat de noden van ziekenhuizen en de ideeën van ondernemers beter op elkaar aansluiten?"

Duurzaamheid als financiële kans

De vraag is of duurzamer en circulair werken in de zorg, ook een deuk in het betaalbaarheidsprobleem kan slaan. “Dat is een moeilijke,” zegt Casteleyn. “Duurzaamheid hoeft niet altijd duurder te zijn. Onlangs zagen we dat nog binnen onze fusie: De ZNA-campussen werkten al jaren met Sterima voor herbruikbare hechtingssets, terwijl de vroegere GZA-campussen nog wegwerpmateriaal gebruikte. Toen we beide systemen vergeleken, bleek hergebruik via Sterima niet alleen duurzamer, maar ook goedkoper. Een echte quick win.”

Helaas is het niet altijd zo eenvoudig. "Soms kijken we te weinig naar de volledige total cost of ownership van een product of behandeling. De financiële voordelen zitten dan verderop in de keten, bij de maatschappij, niet bij het ziekenhuis zelf. Dat maakt het moeilijk om investeringen te verantwoorden."

Toch is er een veranderende mentaliteit binnen de sector. "Vroeger stond ik vaak alleen te preken in de woestijn," blikt Casteleyn terug. "Ik was als medewerker verbonden aan de milieudienst, daardoor had duurzaamheid vooral een milieufocus. Met o.a. de komst van de SDG’s, de duurzaamheidsdoelen van de Verenigde Naties, hebben we die focus kunnen verruimen. Sinds de fusie mag ik over alle departementen heen het grote plaatje bekijken. Vandaag zie ik dat collega’s – van spoedartsen tot verpleegkundigen – zelf met ideeën komen. De mentaliteit is echt aan het veranderen."

Annelies Casteleyn 2

Combinatie van duurzaamheid en efficiëntie

De financiële realiteit van de zorgsector blijft hard. “Elke investering kost geld, zelfs als ze naderhand terugverdient wordt. Die voorafgaande kost is vaak een probleem”, zegt Annelies Casteleyn. “We moeten dus goed afwegen waar we onze middelen best inzetten." Toch pleit ze ervoor om net daarvoor te zoeken naar combinaties van duurzaamheid én efficiëntie. Die bestaan – we moeten ze alleen zichtbaar maken. Helaas zitten we vaak vast in een systeem dat daar niet op ingericht is."

Ze verwijst naar de complexiteit van ziekenhuisfinanciering. "Ik volg binnenkort een interne opleiding om dat beter te begrijpen, want het is een kluwen van modellen: forfaits, dagprijzen, aparte vergoedingen… Dat maakt het moeilijk om keuzes te maken die op lange termijn voordelig zijn, maar op korte termijn buiten het budget vallen."

Volgens Casteleyn ligt hier een taak voor het beleid. "We moeten durven kijken naar de total cost of ownership van zorg, over de hele keten heen. En ook de social return on investment meenemen: wat levert een duurzame keuze op aan gezondheid, welzijn, vermeden zorgkosten?"

Ze illustreert dit met een concreet voorbeeld: "Stel dat een hechtingsdraad complicaties vermindert en revalidatie versnelt. Als die €300 kost tegenover €10 voor de standaarddraad, valt hij buiten de voorziene terugbetaling. Terwijl de totale maatschappelijke kost net lager zou zijn."

Ook het subsidiebeleid krijgt kritiek. "Er zijn veel projectoproepen rond circulaire zorg, maar ze zijn vaak te laagdrempelig en versnipperd. Ze mikken op de blaadjes van de boom, terwijl we naar de wortels moeten kijken. Waar ligt onze reële impact?"

"Duurzame groei in de zorg is absoluut mogelijk”, zegt Annelies Castelyn. Er bestaat een model – de ‘ladder van duurzame groei’ – waarmee je als organisatie kunt nagaan waar je staat en waar je naartoe wilt. Voor ziekenhuizen betekent dat een fundamentele shift: weg van louter curatieve zorg, richting preventie en maatschappelijke impact.”

“Als sector blijven we te vaak aan symptoombestrijding doen”, besluit Castelyn. Bij ZAS probeert men alvast die omslag te maken. “Wij willen een beleid voeren dat vertrekt vanuit reële impact. Dat is de richting die we uit willen.”

Ze droomt luidop van een toekomst waarin ziekenhuizen evolueren tot gezondheidshuizen. “We blijven uiteraard mensen helpen die ziek zijn en zorg nodig hebben. Maar we moeten ook onze rol als partner in een breder gezondheidssysteem opnemen. Dat betekent: inzetten op preventie, op samenwerking, en op het creëren van een gezondere maatschappij waarin mensen minder vaak in het ziekenhuis belanden.”

De uitdaging is helder: duurzame zorg vraagt om meer dan goede bedoelingen. Ze vraagt om structurele keuzes, een langetermijnvisie en de moed om het systeem anders te bekijken. Alleen dan kunnen duurzaamheid en efficiëntie elkaar echt versterken – niet als tegenstelling, maar als hefboom voor betere zorg.